gestopt en 50 procent van de varkenshouders”, zegt Bens. „In tien jaar DLV Advies is het aantal varkenshouders dus gehalveerd. De bedrijven die gebleven zijn, hebben zich verder ontwikkeld. Deze bedrijven hebben wij geadviseerd bij bedrijfsontwikkelingsstappen en in vergunningentrajecten.” Verlammend voor de boer De Groot: „De blijvende bedrijven hebben zich goed ontwikkeld op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen. Onder andere door het bouwen van ruimere stallen en door gebruik te maken van emissiereducerende technieken. We merken de laatste jaren wel dat bedrijfsontwikkeling, en daarmee ook de ontwikkeling op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen, moeilijker wordt. Dit komt enerzijds door de financiële positie van de bedrijven, en anderzijds door de toenemende eisen en strenger wordende wet- en regelgeving.” De druk van eisen, beleid en regels verlamt de boer en zorgt er in feite voor dat de varkenshouder zich niet meer kan ontwikkelen en ook niet kan investeren in maatschappelijk verantwoord bouwen. Emotiepolitiek De strenger wordende eisen; dat heeft uiteraard zijn weerslag. Bens: „De maatschappij wil graag een verantwoorde veehouderij, maar met al haar wensen en eisen stagneert ze de hele sector. De maatschappij en politiek willen geen toename van vee in Nederland. Daarom is men tegen de bouw van nieuwe stallen. We hebben echter de afgelopen tien jaren met quotering te maken gehad. We hebben een gequoteerd aantal varkens en straks gaan we ook weer naar een gequoteerd aantal koeien door de fosfaatrechten. Dus laten we met elkaar constateren dat we gequoteerd vee hebben en dat er geen vee bijkomt. We moeten juist toejuichen dat er een nieuwe stal komt met de laatste ontwikkelingen op gebied van milieu, energie en dierwelzijn. Toejuichen dat er ‘ In tien jaar DLV Advies is het aantal varkenshouders dus gehalveerd weer beweging ontstaat met onder meer maatschappelijk verantwoord ondernemerschap, en niet allemaal extra eisen opleggen zoals dat nu gebeurt. Dat vraagt om lef om de hele emotiepolitiek ’ los te laten en te zorgen dat er dynamiek op gang komt. Dat lef ontbreekt nu bij de bestuurders. Als je ziet wat een veehouder allemaal moet doen om een nieuwe stal te kunnen bouwen. En dan moet er ook nog een communicatiesysteem met de omgeving opgezet worden en wat al niet meer. De boer bedenkt zich wel drie keer voordat hij een nieuwe stal bouwt. Zelfs de kantine die hij wilt bouwen, moet eerst verplicht met de omgeving overlegd worden. Het is misschien te ver doorgeschoten.” Beeld niet veranderd Alle regels en eisen die de veehouder onder druk zetten, heeft dat niet te maken met het negatieve beeld dat de maatschappij van de boer heeft? Een beeld dat inmiddels dertig jaar oud is, maar nog steeds in de gedachten van mensen zit waardoor de burger de boer niet meer vertrouwt? „Je hebt nog steeds een paar ondernemers die aan dat oude negatieve beeld voldoen”, antwoordt De Groot. „Maar het gros van de ondernemers dat vooruit wil, geeft een heel ander beeld af aan de maatschappij. Zij hebben een schoon erf, houden zich netjes aan de regels en treden in dialoog met de omgeving. ” Bens vervolgt: „Ondernemers hebben veel geïnvesteerd in nieuwe technieken en extra welzijn voor de dieren. We vinden het nu normaal om te bouwen in groepshuisvesting met biggen op 0,4 vierkante meter, terwijl de wettelijke eis 0,3 vierkante meter is. Er is dus veel veranderd maar het blijft moeilijk om het imago te beïnvloeden. Raad van State-proof De Groot: „Ik denk wel dat onze klanten nu allemaal maatschappelijk verantwoord bouwen of dit nog gaan doen. Er zijn tegenwoordig veel ondernemers die zeer zeker oog hebben voor wat de maatschappij en de burger vinden van de landbouw. Vroeger was de boer lid van een studieclub. Tegenwoordig is hij lid van de plaatselijke ondernemersclub.” „Als je het goed bekijkt, is de boer meer veranderd dan de maatschappij”, reageert Bens. „De boer doet nu absoluut wat de maatschappij wil, maar de maatschappij blijft de boer op de rem zetten met een averechts effect. Mensen weten dat ze kunnen procederen via actiegroepen om de bouw te stoppen en vaak wordt de bouw dan drie jaar uitgesteld. Dat er dan geen geld meer is na alle proceskosten voor een fatsoenlijke luchtwasser of energieopwekking, deert hen niet. Je moet je tegenwoordig dus veel meer indekken tegen allerlei procedures. Hoe kun je bijvoorbeeld bedenken dat een vergunning ‘Raad van State-proof’ moet zijn? Ook hier zijn we als land te ver doorgeschoten.” Volgens Bens heeft de politiek de wensen van de maatschappij ook niet goed doorvertaald in de BOER EN BOUW 30 Pagina 29

Pagina 31

Heeft u een onderwijs magazine, digi magazine of digitale nieuwsbrieven? Gebruik Online Touch: magazine naar een online publicatie converteren.

Boer en Bouw 2015 Lees publicatie 10Home


You need flash player to view this online publication