Column PARALLELLEN TUSSEN dierentuin en boerderij Dr. Maarten Th. Frankenhuis is dierenarts en oud-directeur van Artis. Hij is tevens betrokken bij de Koeientuin. Met de blik van de dierentuindirecteur geeft hij in deze column zijn visie op Maatschappelijk Verantwoord Bouwen. Dierverblijven in dierentuinen moeten niet alleen voldoen aan de behoeftes van de bewoners en hun verzorgers, maar moeten ook van een aantrekkelijke architectuur zijn en absoluut veilig voor het bezoek. Belangrijk is bovendien dat de bezoekers, ook kinderen en rolstoelgebruikers, goed zicht hebben op de dieren. Dierverblijven in dierentuinen zijn ook zo zijn ingericht dat de dieren elkaar bij rangordegevechten en agressief gedrag niet vast kunnen lopen in de hoeken. Stalvloeren moeten van een materiaal zijn en zo zijn gelegd, dat de dieren niet uitglijden, urine gemakkelijk afvloeit naar een put of goot, de vloeren gemakkelijk zijn te reinigen en te desinfecteren, en zodanig ruw zijn dat de hoeven op een natuurlijke manier slijten. Een bijzonder verschil met de melkveehouderij is dat veel dierentuindieren gevaarlijk zijn voor de verzorgers of fatale schrikreacties kunnen vertonen, zodat voor de verzorgers extra afscheidingen of stalruimtes nodig zijn. Natuurlijk spelen ook belemmeringen van financiële, ruimtelijke, wettelijke en dier-specifieke aard een rol. Zaken die min of meer ook voor de Koeientuin gelden. Bij het beheer van het levende deel van de dierentuincollectie, bestaat de morele verplichting om het houden van dieren permanent met een kritische blik en door een ´welzijngekleurde bril´ te bezien. Waar dat kan, worden de dieren met meerdere soorten samen, zo ruim mogelijk en op een zo natuurlijk mogelijke wijze gehuisvest (biotopen). Gedrags- of omgevingsverrijking wordt in de dierentuinwereld veelvuldig toegepast om de kwaliteit van leven van de dieren te verbeteren. Basisprincipe is het aanbieden van steeds weer nieuwe prikkels, vooral bij de voedselverstrekking en -toediening. Dit in de hoop stereotiep gedrag tegen te gaan en het dier de kans te bieden soort-specifiek gedrag te vertonen. Het werkt vooral bij de meer intelligente dierentuinbewoners zoals apen of olifanten. IJsberen worden aan het werk gezet door hun favoriete voedsel in een blok ijs aan te bieden. In Artis krijgen de leeuwen regelmatig een koeienhuid die wordt vastgebonden aan een boomstronk. Vervolgens eten ze het ding met huid en haar op; een vorm van gedragsverrijking die goed inspeelt op het natuurlijke gedrag van de dieren. En voor de bezoeker is het een aantrekkelijk schouwspel. Ook bij onze landbouwhuisdieren is het tegengaan van verveling een item. Wat bij rundvee wil helpen, is ander voer (vooral stevig ruwvoer) of regelmatig kortdurende weidegang. Het is interessant om te onderzoeken of de Koeientuin voor het vervelingsprobleem de oplossing biedt. Bij varkens, vooral vleesvarkens, is verveling een altijd op de loer liggend probleem. Stro en diverse speelmogelijkheden stimuleren natuurlijk gedrag, zoals wroeten en actief voedsel zoeken. En daarmee verkleint de kans op abnormaal gedrag zoals staart- en oorbijten. Het routinematig couperen van varkensstaarten is daardoor vaak niet meer nodig. De zorg voor een uitgebalanceerde collectiesamenstelling en een welzijnsvriendelijke en wetenschappelijk verantwoorde huisvesting, voeding en verzorging is een zaak waarvoor de dierentuinwereld tegenover dier en bezoeker verantwoording is verschuldigd. Kijken we nu weer even naar de Koeientuin, dan is ook hier een harmonische groepsopbouw en -grootte van belang. Mensen moeten een goed gevoel overhouden aan het bezoek aan de Koeientuin. Ook hier weer de parallel tussen dierentuin en rundveehouderij; de Koeientuin in het bijzonder. BOER EN BOUW 49 Beeld: Henk Bouwman Pagina 48

Pagina 50

Voor catalogussen, online spaarprogramma en PDF's zie het Online Touch content management beheersysteem systeem. Met de mogelijkheid voor een e-commerce shop in uw club bladen.

Boer en Bouw 2015 Lees publicatie 10Home


You need flash player to view this online publication