doen aan het karakteristieke bebouwingsbeeld. Serre- en boogstallen kampen wat dat betreft met een imagoprobleempje. De gemeente Opsterland noemde ze in de Welstandsnota van 2009 al ‘moeilijk inpasbaar’ vanwege de grote afmetingen en afwijkende bouw- en dakvorm en het eigentijdse materiaalgebruik. Welstandscommissies van gemeenten waken op het platteland voor een dramatisch bebouwingsbeeld zoals toegestaan langs snelwegen. Het platteland is immers ook bedoeld om te recreëren. De burger wil er op een mooie zondag met zijn gezin op de fiets doorheen en dan moet het wel een beetje smoelen. Het plezier mag niet worden bedorven door storende elementen. Een beetje welgestelde burger wil bovendien in het buitengebied wonen in een voormalige boerderij met klassiek woonhuis van een boer die al dan niet noodgedwongen moest stoppen. Zo’n burger wil toch niet uitkijken op een serie lelijke boogstaltunnels? De wensen en opvattingen van deze categorie burgers en hun buren (voor zover het geen boeren betreft) spelen trouwens een dominante rol in de discussie over de wenselijkheid van schaalvergroting in het boerenbedrijf. Het breed gedragen initiatief Megastallen-Nee in Brabant, zegt wat dat betreft genoeg. Het gaat om omwonenden, vooral ook om de calculerende burgers die als ze iets ruiken meteen de zakjapanner grijpen om uit te rekenen hoeveel hun huis hierdoor minder waard is. In het megastallenonderzoek zijn dit type burgers trouwens heel precies getraceerd. Het zijn hoogopgeleide vrouwen van middelbare leeftijd. Zij zijn de grootste tegenstanders van megastallen en zijn vrijwel altijd lid van een dierenbeschermingsorganisatie. Die dierenbeschermingsorganisaties bestaan ook nog uit een groot aantal andere ‘verontruste’ burgers. Organisaties als Wakker Dier slaan met de vuist op tafel en wekken de indruk dat heel Nederland denkt zoals zij. Ze oefenen invloed uit en opereren op verschillende fronten. Ze zetten supermarktketens onder druk, of Burger als olifant Dé burger heeft eigenlijk geen idee. Het boerenbedrijf interesseert hem niet. Wat is nu precies een megastal? Hoeveel dieren mogen er in zo’n stal? Betekent een grotere stal altijd meer dieren? Zou het misschien zo kunnen zijn dat in een megastal méér dieren, per stuk méér ruimte krijgen? ‘Strategisch onwetend’ noemt de wetenschap dé burger. Hij houdt álle informatie over intensieve veehouderij zoveel mogelijk op afstand. Hij ziet wel eens vervelende dingen op televisie en zapt dan direct naar Geer & Goor in plaats van zich te verdiepen in de Duurzame Maatlat, om maar eens wat te noemen. Voor dit type mens geldt volgens wetenschappers de metafoor van de olifant en zijn berijder. BOER EN BOUW 59 Op basis van gevoel en ervaring bewandelt de olifant het gebaande pad. De berijder overziet het hele (keuze)landschap en de kwaliteit van verschillende paden. Wil hij een ander pad ingaan, dan lukt dat niet omdat de logge olifant moeilijk is bij te sturen. Voor gedragsverandering van zo’n oerdier is oneindig veel training en geduld nodig. procederen continu tegen gemeenten die boeren vergunningen geven om uit te breiden. Hypocriete burger Het is de zelfredzame burger in de doe-democratie, die zich verenigt, de discussie bepaalt en ervoor zorgt dat de sector negatief in de krant komt. Vergeleken met de massa is hij in de minderheid, maar hij maakt intussen wel gehakt van wat heet: ‘Het stilzwijgend pact van collectieve onverantwoordelijkheid tussen boeren en consumenten.’ Dat is een formulering uit het onderzoeksrapport Eten maar niet willen weten van het Rathenau Instituut in Den Haag uit 2001. Consumenten? Inderdaad. Dat zijn toch ook burgers? Jawel. Ze staan bekend als koopjesjager op de vleesafdelingen van de supermarkten. In september 2003 al fulmineerde toenmalig staatssecretaris Cees Veerman in dagblad Trouw tegen ‘de hypocriete burger.’ Hij had het helemaal gehad met de consument die de beste kwaliteit voedsel wil, maar weigert daar de juiste prijs voor te betalen en vervolgens zegt dat hij dierenwelzijn, voedselveiligheid en milieu hoog in het vaandel heeft staan. Een politiek correct antwoord, volgens Veerman. Intussen kiest hij in de winkel voor de goedkoopste kipfilet en blokkeert daarmee de weg naar een duurzame veehouderij. Intussen is die burger/consument nog steeds niet radicaal richting duurzaam opgeschoven. Integendeel, zijn politiek correcte antwoord is zelfs verbleekt, blijkt uit onderzoeken. In de Agrofoodmonitor van 2013 waardeerde hij de boerensector als ‘neutraal tot positief.’ De gemiddelde Nederlandse burger vindt de intensieve veehouderij oké. ‘Desinteresse’, zeggen onderzoekers, dé burger is ‘strategisch onwetend’ en zit vast in gewoonten. Toch lijkt de kentering ingezet. In de enquête van het Dagblad van het Noorden/Leeuwarder Courant zegt 60 procent van de ondervraagden meer voor een stukje vlees te willen betalen als de schaalvergrotende boeren aan de gewenste duurzaamheidseisen voldoen. Pagina 58

Pagina 60

Heeft u een brochure, modern media of digitale clubbladen? Gebruik Online Touch: rapport online bladerbaar maken.

Boer en Bouw 2015 Lees publicatie 10Home


You need flash player to view this online publication