Er lopen zo’n 70 koeien in de Koeientuin, maar vriend en vijand zijn het erover eens dat de Koeientuin de potentie heeft om een megastal maatschappelijk geaccepteerd te laten zijn. De beleving in de stal met bomen en klimplanten is zo wezenlijk anders dan in een gewone stal dat het zelfs de kritische landschapshoeder Jaap Dirkmaat verleidde tot de opmerking: „Als je dit ziet, zou je bijna zeggen; hoe groter, hoe leuker.” Einde ligbox nabij „De Koeientuin moet het bewijs worden dat grootschalige melkveehouderij hand in hand kan gaan met het welzijn van de koe, inpassing in het landschap en milieuvriendelijkheid”, zegt directeur Carel de Vries van Stichting Courage. Hij gelooft erg in de kracht van beeldvorming en vindt dat de sector daar veel meer energie in moet stoppen. „Met de koeientuin kun je zonder dat het veel extra geld hoeft te kosten het maatschappelijk draagvlak voor grootschalige melkveehouderij enorm vergroten.” De Vries vertelt dat de bouw- en jaarkosten per koeplaats van de Koeientuin niet hoger uitkomen dan bij een gemoderniseerde ligboxenstal. „Je bespaart namelijk aanzienlijk op beton, stalinrichting, strooisel en op arbeid om de boxen schoon te houden.” Er zijn inmiddels meer aanvragen van melkveehouders voor een Koeientuin, waaronder een ondernemer met 400 koeien. De Vries: „De Koeientuin is een variant op de vrijloopstal. Ik ben ervan overtuigd dat de vrijloopstal de positie heeft die de ligboxenstal in 1970 had. Er zal nog een heel pallet aan vrijloopvarianten voorbij komen, maar het is onvermijdelijk dat het vrijloopconcept de ligboxenstal de komende twintig jaar gaat verdringen. Je ontkomt er namelijk niet meer aan om de intrinsieke waarde van de koe centraal te stellen bij nieuwbouw. Dat gaat het uiterlijk van de stallen wezenlijk veranderen.” Buiten kunnen komen Voor ondernemers die echt veel vee willen houden, richting de duizend of meer, ziet De Vries het verspreiden van de koeien op meerdere locaties in de provincies als een oplossing. Galama ziet ook mogelijkheden in de opsplitsing van de gebouwen op het erf of per locatie in kleinere units, maar ervoer inmiddels dat dat geen Wakker Dier: ‘Koeientuin en Rondeel als megastal? Prima!’ Wakker Dier zal (pluim)veehouders die een megastal willen bouwen geen strobreed in de weg leggen als ze die uitvoeren als Koeientuin met weidegang of als Ronddeelstal. Bij varkenshouders is dat het geval als ze kiezen voor groepshuisvesting op stro, uitloop met voldoende ruimte en minimaal 2 sterren van het Beter Leven keurmerk van de Dierenbescherming. Dat zegt Wakker Dier-woordvoerster Hanneke van Ormondt desgevraagd. Wakker Dier hanteert voor een megastal de Alterradefinitie. Dat betekent dat een megastal voor Wakker Dier een bedrijf is dat op één locatie minimaal 7.500 vleesvarkens, 1.200 fokvarkens, 120.000 leghennen, 220.000 vleeskuikens, 250 melkkoeien of 2.500 vleeskalveren houdt. De organisatie is tegenstander van megastallen, maar zegt nu dus dat een megastal bouwen geen probleem hoeft te zijn, als die wordt uitgevoerd onder bepaalde voorwaarden. Van Ormondt voegt er wel aan toe dat ze dit in de praktijk niet ziet gebeuren. „Een megastal wordt altijd gedreven door een te hoge kostprijs of een te lage opbrengstprijs. Ga je namelijk investeren in dierwelzijn dan wordt het BOER EN BOUW 72 verhaal te duur. Daarom zie ik hem niet gebouwd worden. Maar als boeren de uitdaging mega met maximaal dierwelzijn toch aan willen gaan, prima. Ons zul je niet horen.” Pagina 71

Pagina 73

Heeft u een onderzoeksrapport, zmags of web club bladen? Gebruik Online Touch: rapport van pdf naar digitaal converteren.

Boer en Bouw 2015 Lees publicatie 10Home


You need flash player to view this online publication