‘ Mij bevreemdt het dat de definitie van dierwelzijn in handen is van retailers en Dierenbescherming krijgen. Bij de eerste startbijeenkomst zeiden de enthousiaste melkveehouders: ‘Wat moeten wij de kinderen vertellen?’ Zo’n agrarisch ondernemer heeft dus geen idee hoe beperkt de kennis van burgers is over zijn bedrijfstak, maar beschuldigt de burgers wel dat ze de verkeerde keuze maken bij de aankoop van hun product. Als je schoolkinderen op je bedrijf krijgt, merk je dat ze nog nooit een melkkoe hebben gezien. Ze weten niet wat hooi, stro, biks of maïs is. Maar kinderen vinden het prachtig. Ze zijn onder de indruk en maken tekeningen. Dat een koe poept en piest en op een meter afstand loeit, dat is een enorme ervaring. Deze ontmoeting zorgt uiteindelijk voor respect voor de complexiteit van de landbouw. Met schoolprojecten haal je echt de gemiddelde Nederlander binnen. Dat is belangrijk omdat je zo de consument en burger inzicht geeft in het landbouwbedrijf.” Het is niet alleen belangrijk om naar de burger te communiceren over maatschappelijk verantwoord bouwen, maar ook naar NGO’s en beleidsmakers. „De beleidsmakers weten vaak ook niet hoe de vork in de steel zit. Ik was pasgeleden op een bijeenkomst waar men soja aan de kaak stelde. Op de vraag hoeveel soja een koe eet, wist men geen antwoord te geven. Dat is nog geen 3 procent van het rantsoen. Het merendeel bestaat nog steeds uit ruwvoer. Ook dat wist men niet. Communicatie is dus heel belangrijk om als bedrijf en keten te laten zien hoe je het doet en wat je hebt gebouwd.“ Kaal in het landschap Docters van Leeuwen vindt hele grote stallen en intensieve bedrijven niet vanzelfsprekend. Meer koeien per hectare betekent meer voedselaanvoer van buiten Nederland en een vergroting van de kringloop. Het aandeel van bijvoorbeeld soja stijgt dan en dat valt weer slecht te verantwoorden naar de maatschappij. Bovendien vindt hij dat grote stallen een grote impact hebben op het omringende landschap, ook omdat de verkeersbeweging en de verkeersdruk toenemen. „Er zijn meer mensen die over je spreken dan die ene boer. In Midden-Delftland wonen twee miljoen mensen om de boeren heen. Dan moet je niet vreemd opkijken als mensen een mening over je bedrijf hebben. Je kunt het je als moderne boer niet meer permitteren om oogkleppen op te hebben voor de wensen van de burgers. De boer heeft een verantwoordelijkheid tegenwoordig. Ik verbaas me wel eens dat er bij de bouw van grote stallen afspraken worden gemaakt over landschappelijke inpassing, maar dat er in de uitvoering vervolgens weinig mee gebeurt. Ik zie in het buitengebied regelmatig grote stallen die kaal in het landschap staan. De stallen zijn niet per definitie lelijk, maar je kunt ze wel beter in het landschap passen. Dan vraag ik mijzelf af waarom de boer hier niet actief iets aan doet. Dat zou helpen om de maatschappij aan je zijde te krijgen. Wij proberen dit vanuit de MDV wel te stimuleren. Je kunt door kleurstelling, hoogte van nokken, zijgevels of architectuur een stal veel mooier maken. Of plaats eens drie mooie grote bomen naast de stal. Dat hoeft niet veel te kosten. Wegwerken achter een rij Italiaanse populieren past niet in het landschap. Daarmee vergroot je de ruimtelijke aanwezigheid juist. Je kunt ook met collega’s afspreken dat je kiest voor een bouwkarakteristiek van de streek; dat levert draagvlak en wellicht mogelijkheden voor subsidie. De kaasfabriek Cono ondersteunt zijn boeren daar bijvoorbeeld actief in. Daarbij kan de boer best het romantische beeld dat burgers hebben van het platteland in stand houden. Nu zijn stallen vaak golfplaten met rode bakstenen. Gebouwen en erf zijn vooral op de bedrijfsvoering gericht. Het erf moet schoon, strak en hygiënisch zijn. Als je het objectief bekijkt, ligt er een kale stal met bestrating. Burgers krijgen daar het beeld bij van een industrieterrein.” ’ Slimme klimaatsystemen Geur en emissie zijn zaken waarvan de projectleider van SMK meent dat een boer ook hierin zijn verantwoordelijkheid moet nemen. „In de maatschappij is milieu een thema, maar voor de operationele bedrijfsvoering van een melkveehouder is het dat niet altijd. Bij melkkoeien wil je namelijk meer ventilatie en openheid. De uitstoot van emissies is daardoor groter. Toch moeten melkveehouders hier iets mee. Zeker als je intensiveert, is het zaak om de ammoniakemissie in de hand te houden. Bij grote melkveehouderijen in de buurt van bebouwing kan geur echt een probleem zijn.” Hoewel boeren in de intensieve veehouderij al naarstig werken aan het terugdringen van geur en emissie, vindt Docters van Leeuwen dat het nog een stapje verder kan: „Er is een link tussen het stalklimaat en de reductie van geur en emissie. Zeker in de gesloten stalsystemen van de intensieve veehouderij zijn met slimme systemen verbeteringen mogelijk. De emissiearme stal van varkenshouder Hans Verhoeven vind ik een interessant concept, want hij brengt door mestkoeling de ammoniakemissie in de stal terug. Je brengt dus niet de emissie terug aan het einde van de pijplijn, maar meteen aan het begin. Behalve voor het milieu is dat ook gunstig voor het dier en de veehouder. Het effect van ammoniak op varkens is namelijk een onderschat verhaal; dat besef je pas goed als je bij varkens slachtafwijkingen aan de longen ziet. Het is vreemd dat dieren van een paar maanden oud, die vitaal zouden moeten zijn, zoveel afwijkingen laten zien. Maatschappelijk verantwoord bouwen is dus ook rekening houden met de gezondheid van dieren. In de Maatlat doen we daar dus ook iets mee.” Collectieve benadering „Mensen met innovatie-ideeën over stallenbouw moeten door de BOER EN BOUW 78 Pagina 77

Pagina 79

Interactieve e-studiegids, deze sportblad of cursus is levensecht online geplaatst met Online Touch en bied het online bladerbaar uitgeven van web PDF-en.

Boer en Bouw 2015 Lees publicatie 10Home


You need flash player to view this online publication