stallen wordt bijvoorbeeld meer gekeken naar hoe het gemakkelijker en met minder arbeid kan, dan naar wat nodig is voor dierwelzijn. Een koe wordt bijvoorbeeld gedwongen op de mestroosters te mesten. Zo maken we het de koe ontzettend lastig met een te krappe, oncomfortabele ligbox waarin ze moeilijk kan opstaan. In mijn beleving is er veel focus op werkbesparing en stalhygiëne ten koste van het koecomfort. In een vrijloopstal is het comfort beter, maar er moet nog wel een integrale oplossing gevonden worden voor de forse ammoniakuitstoot van dit staltype. Dat is een uitdaging die om collectiviteit vraagt.” sector ondersteund worden. Zij zijn voor het collectief belangrijk. Op dit moment is die collectiviteit een probleem in de intensieve veehouderij: de veehouders trekken te weinig samen op. Ontwikkeling van nieuwe technieken worden niet meer financieel ondersteund door de overheid en zijn afhankelijk van de sector. Maar er is te weinig steun en collectief vanuit de boeren zelf. Dat laat ook de ontwikkeling van de Koeientuin en de Pro Dromikraamstal zien. Deze ontwikkelingen moeten veel meer en breder door de boeren en landbouworganisaties ondersteund worden. Natuurlijk besef ik dat er voor veel boeren weinig financiële ruimte is om te participeren in proefstallen en nieuwe technieken. Maar juist het collectief is belangrijk om innovaties in milieu- en dierwelzijn te kunnen ontwikkelen. Hiervoor is regie nodig en die ontbreekt nu vaak.” De sector mag veel proactiever en meer leidend zijn in het ontwikkelen van concepten en het verbeteren van dierwelzijn. Wat Docters van Leeuwen bevreemdt, is dat de definiëring van dierwelzijn in handen is van de Dierenbescherming en de retailers. In feite zou dit een taak moeten zijn van de sector zelf. „Bij de bouw van ‘ MDV is ondergrens Een proactieve houding kan de boer ook voordeel opleveren, denkt Docters van Leeuwen. „Voorlopers die fors in duurzame staltechnieken hebben geïnvesteerd, zoals meer ruimte of licht, hebben niet alleen een diervriendelijke stal gebouwd, ze realiseren vaak ook een beter rendement. De innovatieve technieken van gisteren, die rendement opleveren, zijn nu bovendien gemeengoed geworden. De hele sector profiteert ervan. Ondernemers en banken zien steeds meer in dat dit zinvolle investeringen zijn.” Een boer die via MDV bouwt, zet een stap in de goede richting van maatschappelijk verantwoord bouwen. Maar het kan allemaal nog een stap verder gaan. Op dit moment is de sector namelijk alleen vanuit de wetgeving en de financiële ondersteuning van de MDV ‘proactief’, is de ervaring van de MDV projectleider. „Er wordt niets meer of minder gedaan dan wat vanuit de vergunning moet of door de MDV wordt beloond. De MDV is een ondergrens.” Verbinden met omgeving. Het is niet meer vanzelfsprekend dat niet grondgebonden of intensieve bedrijven zonder weerstand of overleg in het landelijk gebied gebouwd kunnen worden. Los van het economisch aspect en de voedselproductie moet de boer dus ook op een andere manier laten zien dat hij midden in de maatschappij staat en verbonden is met de omgeving. Dat betekent niet alleen communiceren, maar ook echt zoeken naar hoe je bedrijf lokaal iets kan bijdragen. Docters van Leeuwen: „Dat kan bijvoorbeeld door energie te produceren voor je buren of werkmogelijkheden te bieden voor mensen met een beperking. Geef je oren en ogen goed de kost. Wees proactief en bewust van wat de omgeving wil en nodig heeft. Maatschappelijk verantwoord bouwen kan alleen als er een goede verbinding is.” Wees proactief en bewust van wat de omgeving wil en nodig heeft BOER EN BOUW 79 ’ Pagina 78

Pagina 80

Scoor meer met een webshop in uw reclamefolders. Velen gingen u voor en publiceerden tijdschriften online.

Boer en Bouw 2015 Lees publicatie 10Home


You need flash player to view this online publication